Wie zou dit binnen de eigen organisatie kunnen oppakken?

In sommige gemeentes is er inmiddels een standaardroutine ontwikkeld om met actieve dorpelingen om te gaan die initiatieven bedenken. In andere gemeentes is daar nog geen vaste route voor. Het maakt natuurlijk uit wat de reikwijdte van zo’n dorpsproject en de vraag van dorpsbewoners is: als het alleen om subsidie of een vergunning gaat, kunnen de initiatiefnemers het rechtstreeks met een gemeentelijk medewerker oplossen. In andere gevallen is het in ieder goed om er een dorpencoördinator of gebiedsregisseur bij te betrekken.

Als het om een iets groter of complexer initiatief gaat, organiseer dan – na de vorige stappen te hebben doorlopen – een integraal startoverleg tussen inwoners en de ambtenaren uit verschillende beleidsvelden, zodat deze laatste met de dorpsbewoners mee kunnen denken en de juiste vragen kunnen stellen. Deze vragen moeten zoveel mogelijk vanuit een open en onderzoekende houding worden gesteld.

Centrale persoon in dit overleg is uiteraard de dorpencoördinator of gebiedsregisseur. Die vormt immers de schakel tussen dorpsbewoners en het gemeentelijke (en zelfs provinciaal) apparaat en kan zo’n vergadering vanuit eerder opgedane kennis en ervaring organiseren. 

Maak duidelijk wat er van dit overleg kan worden verwacht en wat de rol van eenieder zou moeten zien. Onduidelijkheid op dit gebied kan veel onnodige ergernis en vertraging opleveren.

Bijvoorbeeld in:

Midden-Groningen

Op de site Hart voor Aigenhaid/Stem van Midden-Groningen kunnen bewoners van de gemeente Midden-Groningen dorpsinitiatieven aandragen waar de bewoners van de dorpen vervolgens zelf over kunnen stemmen. Volgens de gemeente (Midden-Groningen) werd dit project bedacht om een zo laagdrempelig mogelijk platform te bieden voor dorpsinitiatieven . 

Aanvankelijk idee was dat de bevolking zou kunnen kiezen uit verschillende alternatieven, maar dat lukte – onder andere door de coronaperikelen – niet. Wel werden in eerste instantie vier initiatieven rond het Gorechtpark in Hoogezand uitverkoren voor een vervolgtraject. Na een proefperiode zal de site verder worden aangepast en uitgebreid.

Leefbaarheid volgens dorpsbewoners

Het begrip ‘leefbaarheid’ duikt in vrijwel alle rapporten en toekomstvisie over Groningse dorpen op. Maar wat houdt het in? Vijf hoofdfactoren beïnvloeden de mate waarin een dorp ‘leefbaar’ is:

  • Woonklimaat. Hoe ervaren inwoners het wonen – in en om het huis, in en om het dorp? 
  • Sociaal klimaat. Hoe ervaren inwoners de manier waarop de bewoners en groepen dorpsbewoners met elkaar omgaan? Zijn er voldoende verenigingen? Hoe verbonden voelen ze zich met je dorp?
  • Verzorging. Zijn er voldoende voorzieningen in de buurt voor dorpsbewoners ? Winkels, scholen, een gezondheidscentrum, een kerk, een café, openbaar vervoer?
  • Bestaanszekerheid. Hebben bewoners voldoende mogelijkheden om een inkomen te genereren? Zijn er geen bedreigingen in de buurt voor de bewoners en het dorp?
  • Bestuurlijk klimaat. Ervaren de dorpsbewoners de zorg, de maatregelen en de manier van omgang van de gemeente, de provincie, en andere overheidsinstanties als positief? Hebben ze het gevoel dat er genoeg naar hen wordt geluisterd?